
Medische informatie
Zoals steeds werken we op maat van de individuele patiënt, zowel wat betreft de diagnosestelling en behandeling als de voorlichting. Om onze patiënten voldoende en correct in te lichten, hebben we op deze pagina relevante informatie over onze aangeboden behandelingen verzameld. Deze brochures en links zijn betrouwbaar en accuraat.
Kunt u het antwoord op uw vraag niet vinden of blijft u met onduidelijkheden zitten? Raadpleeg dan uw NKO-arts tijdens de consultatie, hij of zij zal u met plezier alle correcte informatie bieden.
.jpg)
PATIËNTENBROCHURE Brandt-Daroffoefeningen voor het evenwichtBrandt-Daroff Thuisoefeningen Brandt-Daroff oefeningen helpen om een bepaald soort duizeligheid te verminderen. Het gaat om Benigne Paroxysmale Positie Vertigo (BPPV), waarbij de patiënt plotseling duizelig kan worden bij bewegingen, bijvoorbeeld bij overeind komen of gaan liggen. Zeker niet alle duizeligheidsklachten zijn te wijten aan BPPV. Raadpleeg daarom eerst uw arts, die met behulp van een grondig onderzoek de oorzaak van uw klachten zal trachten te achterhalen en een behandeling zal instellen. Oorzaak BPPV
BPPV is een goedaardige, aanvalsgewijze, positieafhankelijke draaiduizeligheid. BPPV wordt veroorzaakt door losgebroken oorsteentjes. Deze oorsteentjes bevinden zich in een gedeelte van het binnenoor en rusten hier in een gelatineuze massa op zintuigharen. Kenmerken van BPPV
Kenmerken van BPPV zijn draaiduizeligheid, aanwezig enkele seconde na het maken van een specifieke beweging van het hoofd, zoals vooroverbuigen, omrollen in bed of naar boven kijken. De duizeligheid duurt meestal niet langer dan een minuut en is vaak aanwezig in liggende houding. Dit is een kenmerkend verschil van BPPV met andere vormen van duizeligheid. Behandeling van BPPV
BPPV is een oorzaak van duizeligheid die vaak goed te behandelen is. Bij de thuisoefeningen is het belangrijk dat zij goed worden uitgevoerd. Uw arts informeert u over de uitvoering en de frequentie. Positie 1. U begint zittend op de rand van het bed. Blijf voordat u begint even rustig zitten gedurende 30 seconden. Positie 2. Ga van zit- naar lighouding op de linkerzij. Belangrijk is dat u deze beweging snel - d.i. binnen de twee seconden - uitvoert. Hou het hoofd een halve slag gedraaid. Doe bijvoorbeeld net alsof u iemand aankijkt die ongeveer een meter van uw bed vandaan staat. Hou deze houding, ook het gedraaide hoofd, 30 seconden aan. Positie 3. Ga na 30 seconden weer rechtop zitten. Blijf 30 seconden rechtop zitten. Positie 4. Ga van zit- naar lighouding op de rechterzij. Belangrijk is dat u deze beweging snel, binnen twee seconden, uitvoert. Hou het hoofd een halve slag gedraaid. Doe bijvoorbeeld net alsof u iemand aankijkt die ongeveer een meter van uw bed vandaan staat. Hou deze houding, ook het gedraaide hoofd, 30 seconden aan. Hoe vaak moet u de oefeningen doen
U doet de oefeningen twee weken lang, drie maal per dag. De cyclus van positie 1 naar 2, naar 3, naar positie 4 en weer terug naar positie 1 neemt ongeveer twee minuten in beslag. Deze cyclus vijf maal herhalen. Het is normaal dat u tijdens deze oefeningen wat duizelig kunt worden. Als u gedurende 48 uur geen duizeligheid meer heeft ondervonden, kunt u de oefeningen stoppen. Tijd Oefening Duur
Ochtend 5 herhalingen 10 minuten
Middag 5 herhalingen 10 minuten
Avond 5 herhalingen 10 minuten
PATIËNTENBROCHURE NeuscorrectieNEUSCORRECTIE (rhinoseptoplastie) AlgemeenDe neus vormt één van de belangrijkste uiterlijke kenmerken van het aangezicht. Vormafwijkingen van de neus kunnen een diepgaande invloed hebben op het uiterlijk en op het zelfvertrouwen. Tevens kan hierdoor de neusademhaling worden belemmerd. Een scheve neus, een te brede of te lange neus, een knobbel op de neusrug of een ingezakte neus, zijn vormafwijkingen die operatief gecorrigeerd kunnen worden. Ook vormafwijkingen van de neuspunt (wipneus, hangende neuspunt) kunnen worden gecorrigeerd. Het maakt hierbij geen verschil of de vormafwijking aangeboren is of het gevolg is van een ongeluk. DoelHet doel van de ingreep is het normaliseren van de neusvorm, zodat de neus weer past bij de verhoudingen van de rest van het aangezicht en, zonodig, het verbeteren van de neusademhaling. VoorbereidingNa zorgvuldig onderzoek van de in- en uitwendige vorm van de neus worden, aan de hand van foto-opnamen, de verwachtingen met betrekking tot het resultaat van de operatie door de NKO-arts met u besproken. Het spreekt vanzelf dat alleen realistische verwachtingen uiteindelijk tot een succesvol resultaat zullen leiden. Afhankelijk van uw leeftijd en/of gezondheidstoestand kunt u, voordat u wordt opgenomen, ook nog in contact komen met andere specialisten (internist, longarts, radioloog). OpnameOver het algemeen vindt de operatie plaats in daghospitaal of met één overnachting. De ingreep vindt plaats onder algemene verdoving (narcose). De operatieDe operatie duurt ongeveer 2 uur. De operatie wordt via inwendige (en daardoor onzichtbare) huidinsneden, aan de binnenkant van de neusgaten, uitgevoerd. Soms wordt nog een heel kleine, horizontale snede tussen beide neusgaten gemaakt. Het litteken hiervan is onopvallend en is na ongeveer 3 maanden niet meer zichtbaar. De huid wordt van de onderlaag losgemaakt en correctie van de benige en kraakbenige structuren van de neus en het tussenschot wordt uitgevoerd. Meestal worden wieken achtergelaten in beide neusgangen. soms worden ook plastic plaatjes aangebracht ter ondersteuning van het tussenschot. De operatie wordt beëindigd met het aanleggen van een metalen spalkje over de neusrug. Na de operatieDe operatie veroorzaakt meestal weinig pijn. U kunt, zo nodig, pijnstillers nemen. Rond de ogen kan zwelling en vorming van blauwe plekken optreden. Na ongeveer 1 week is dit grotendeels verdwenen. Naar huisOp de dag na de ingreep worden de neustampons verwijderd. Na de operatie komt u nog enkele keren terug op raadpleging NKO:
1) indien u in daghospitaal bent opgenomen, komt u daags na de ingreep op de raadpleging ter verwijdering van de wieken (indien u 1 nacht bent opgenomen, worden de wieken voor ontslag verwijderd)
2) Na 7-10 dagen wordt de splint op de neusrug verwijderd.
3) Een week later komt u op controle.
4) na 4 tot 6 weken is volledige genezing te verwachten. Dan komt u langs voor een nazicht.
5) zes maanden na de operatie is het esthetische eindresultaat bereikt. Dan komt u langs voor een laatste nazicht en voor het maken van foto’s. Hervatting van het werk kan over het algemeen verantwoord plaatsvinden 2 weken na de operatie. Wij adviseren u om 6 weken geen contactsporten te beoefenen. ComplicatiesElke operatie heeft kans op complicaties. Dit geldt ook voor operaties aan de neus. Gelukkig is de kans op een complicatie in handen van een NKO-arts met ervaring in deze techniek zeer klein (ca. 1 %). Tot slotUiteraard is de medische situatie voor iedere patiënt verschillend. Het kan zijn dat om bepaalde redenen wordt afgeweken van het hiervoor beschrevene. Als u naar aanleiding van het bovenstaande vragen heeft, kan u deze nader bespreken met uw behandelende NKO-arts.
NEUSBREUKCORRECTIE In geval van een aangezichtstrauma kan de neus beschadigd zijn en dit zowel aan de buiten- als aan de binnenzijde. De neus kan de eerste dagen na het trauma een scheefstand vertonen als gevolg van zwelling van de huid of door een fractuur van het benige gedeelte van de neus of van het neuskraakbeen. Klinisch onderzoek bij neustrauma:Om te beoordelen of de neus een scheefstand opgelopen heeft na een neustrauma wordt bij voorkeur een uitwendige inspectie uitgevoerd naast een inwendige inspectie en een neusendoscopie. Soms wordt dit onderzoek aangevuld met een radiografie of een CT-scan van het aangezicht. Indien uw arts oordeelt dat er een neusscheefstand is of dat de neusademhaling permanent kan verstoord zijn als gevolg van het trauma, kan een gewone neusfractuurreductie en/of neustussenschotcorrectie uitgevoerd worden. Neusfractuurreductie:Rechtzetten van de neus na een fractuur wordt best uitgevoerd binnen de 14 dagen na het ongeval. Meestal onder algemene narcose worden de neusbeenderen door uitwendige druk of langs inwendige weg met behulp van instrumenten terug op hun plaats gezet. Uw arts zal de neusfractuur zo goed als mogelijk repositioneren. Het kan zijn dat na een reductie een lichte verandering zichtbaar is ten opzichte van de toestand voor het trauma. Een scheefstand die reeds bestond voor het trauma zal door een eenvoudige fractuurreductie niet zomaar verdwenen zijn. De heelkundige ingreep vindt meestal plaats in daghospitaal. Afhankelijk van de mobiliteit van de gefractureerde delen van het neusbeen is het al dan niet nodig om postoperatief wieken of tampons in de neus te plaatsen. Deze wieken worden meestal verwijderd na 1 tot maximaal 5 dagen. Om de neus te beschermen en de rechte stand aan te houden,wordt na de ingreep meestal een externe splint op de neusrug aangebracht. Deze splint wordt 6 à 10 dagen na de ingreep verwijderd. Als het trauma ook een fractuur van het neustussenschot heeft veroorzaakt, is al dan niet in dezelfde tijd een neustussenschotcorrectie aangewezen. Voor informatie over die ingreep verwijzen we naar de brochure “neustussenschotcorrectie”. Tot slotIndien u nog meer vragen heeft, zal uw NKO-arts graag bijkomende uitleg verschaffen.
PATIËNTENBROCHURE
Ooroperatie (Tympanoplastie)
OOROPERATIE (TYMPANOPLASTIE)Er is een verschil tussen gehoorverbeterende en sanerende ooroperaties: de gehoorverbeterende ooroperaties zijn er op gericht om de functie van het middenoor te herstellen. Sanerende ooroperaties worden verricht bij een acute of bij een chronische ontsteking in het middenoor. A. Gehoorverbeterende (reconstructieve) ooroperaties
Welke gehoorverbeterende (reconstructieve) ooroperaties kunnen er worden uitgevoerd?
1. Trommelvliessluiting: sluiting van een gat in het trommelvlies Als er een gaatje (perforatie) in het trommelvlies is ontstaan, is er minder trommelvlies over om het geluid op te vangen. Zo ontstaat gehoorverlies. Tevens kan bij een gaatje in het trommelvlies zwem-, bad- of douchewater direct in het middenoor lopen en daar een ontsteking veroorzaken. De reden om een perforatie te laten sluiten kan dus zowel de klacht van het gehoorverlies zijn als de wens weer onbekommerd te kunnen baden en zwemmen. Operatietechniek
De NKO-arts kan via de gehoorgang of achter de oorschelp het trommelvlies benaderen, waarna onder microscopisch zicht het gat wordt gesloten. Veelal zal uw NKO-arts hierbij gebruik maken van eigen weefsel. Dit kan fascia (het peeslaagje om elke spier) zijn van een spier boven of achter de oorschelp of kraakbeenvlies uit de oorschelp of kraakbeen van de oorschelp. Het gaatje in het trommelvlies is afgesloten met fascia op een bedje van oplosbaar schuim voor tijdelijke ondersteuning Belangrijk
Omdat het nieuwe trommelvliesje niet kan worden gehecht, maar wordt vastgeplakt, is het voor de patiënt van belang na de operatie niet de neus te snuiten. Anders bestaat het risico dat het nieuwe vliesje wordt losgeblazen. Slagingskans
De kansen op een succesvolle sluiting zijn over het algemeen goed te noemen en worden vooraf besproken.
2. Middenooroperatie (tympanoplastiek): herstel van middenoorfunctie door reparatie van een onderbroken gehoorbeenketen
Door acute of chronische ontstekingen van het middenoor (zie verder bij schoonmakende ooroperaties) kan er een beschadiging zijn opgetreden aan zowel het trommelvlies als de gehoorbeenketen. De minuscule gehoorbeentjes kunnen deels door de ontsteking worden weggevreten. De gehoorbeentjes vormen dan geen keten meer, zodat het geluid niet meer wordt voortgeleid van het trommelvlies naar het slakkenhuis. Het aambeeld (incus) en de stijgbeugel (stapes) zijn het meest kwetsbaar en het meest frequent aangetast. Operatietechniek
De NKO-arts kan in dergelijke gevallen via de gehoorgang het middenoor onder microscopisch zicht benaderen en microreconstructies maken ter overbrugging van het defect in de gehoorbeenketen. Bijvoorbeeld kan er een nieuwe verbinding worden gemaakt tussen het stijgbeugelkopje en de hamersteel (in geval van een deels verdwenen aambeeld) of tussen de voetplaat van de stijgbeugel en de hamersteel (in geval van een deels verdwenen aambeeld en stijgbeugel). Voor deze reconstructie/overbrugging worden veelal kunstmaterialen gebruikt en soms eigen botweefsel van de patiënt. U ziet hier een reconstructie tussen hamersteel en stijgbeugel Belangrijk
Na een operatie waarbij de continuïteit van de gehoorbeenketen is hersteld, moet u de eerste 3 weken na de operatie niet sporten en zwaar werk doen en 2 à 3 maanden niet zwemmen. Slagingskans
De kans op succes hangt van veel factoren af. Uw NKO-arts zal hierover meer informatie kunnen geven. 3.Stijgbeugeloperatie bij otosclerose
De uitleg van deze operatie vindt u uitgebreid in de voorlichtinsfolder over otosclerose. B. Sanerende ooroperaties
Alvorens de verschillende vormen van schoonmakende ooroperaties te bespreken, moeten eerst de verschillende vormen van oorontsteking worden besproken. We onderscheiden een acute en een chronische middenoorontsteking, die elk een eigen behandeling hebben.
De operatie wordt verricht via de gehoorgang, via een incisie achter de oorschelp of via een combinatie van beide toegangswezen. Bij een sanerende ooroperatie kan het nodig zijn een deel van de gehoorbeenketen te verwijderen. Dit zal met name bij cholesteatoom het geval zijn. Op die manier ontstaat er voldoende ruimte om de ontsteking te kunnen opruimen en wordt de kans op beschadiging van het slakkenhuis door het saneren van de gehoorbeentjes kleiner. Overigens zal bij de aanwezigheid van cholesteatoom meestal aantasting van de gehoorbeenketen zijn opgetreden voordat er wordt geopereerd. De uitgenomen gehoorbeentjes (of delen daarvan) kunnen vaak weer worden gebruikt om het gehoor te verbeteren, soms tegelijkertijd, meestal in een later stadium. Het trommelvlies wordt hersteld met fascia of kraakbeenvlies (zie bij trommelvliessluiting). Het doel van een operatie is een rustig, droog en veilig middenoor met een intact trommelvlies te verkrijgen. Wanneer er geen cholesteatoom aanwezig was, zal het gehoor na de operatie vaak zijn verbeterd. Wanneer er wel cholesteatoom aanwezig was, zal het gehoor veelal niet zijn verbeterd of zelfs (tijdelijk) zijn verslechterd. Cholesteatoom kan na operatieve verwijdering terugkomen. Daarom kan worden besloten om 8 tot 12 maanden na een sanerende ooroperatie, waarbij cholesteatoom is verwijderd, een tweede operatie te verrichten (“second look”). Bij deze tweede operatie wordt gekeken of het middenoor gezond is. Zo nodig kan dan tegelijk worden geprobeerd de gehoorbeenketen te herstellen om zo het gehoor te verbeteren. Bij dit herstel kan gebruik worden gemaakt van de eigen gehoorbeentjes of gehoorbeentjes van kunststof. Wanneer er sprake is van een beperkt cholesteatoom, kan al tijdens de eerste operatie worden besloten de gehoorbeenketen te herstellen. Algemene opmerkingen over ooroperatiesNarcose
Ooroperaties worden meestal onder algemene narcose uitgevoerd. Meestal is een opname van 2 dagen (1 nacht) in het ziekenhuis voldoende. Verloop
In het algemeen zijn er vlak na de operatie weinig pijnklachten of deze kunnen goed worden bestreden met pijnstillers. Na de operatie kan er nog een aantal dagen (bloederig) vocht uit het oor komen. In overleg met uw NKO-arts kan worden besloten dit te behandelen met oordruppels of een antibioticumkuur. Na een sanerende ooroperatie is nog enige tijd poliklinische controle nodig; de duur en de frequentie wisselt per patiënt. Risico’s
Gelukkig zijn die er vrijwel niet voor gehoorverbeterende operaties, anders zou het niet verantwoord zijn een dergelijke operatie voor niet direct ernstige of levensbedreigende aandoeningen, zoals hierboven beschreven, uit te voeren. Bij sanerende ooroperaties is het risico op complicaties groter, maar nog steeds erg gering. U moet ook bedenken dat de aanwezigheid van een chronische ontsteking in het oor zelf ook tot problemen (dezelfde) kan leiden. Gehoor
Bij elke ooroperatie is een zeer gering risico op blijvend gehoorverlies door schade van het slakkenhuis. Bij het opruimen van ontsteking en door het schoonmaken van de gehoorbeentjes kan er ook een beschadiging van het slakkenhuis optreden. Het hierdoor ontstane gehoorverlies kan ernstig en blijvend zijn. Evenwicht
Omdat het evenwichtsorgaan in het operatiegebied ligt, kunnen evenwichtsstoornissen optreden, maar deze zullen meestal in de loop van de tijd geleidelijk verdwijnen. Aangezichtszenuw
Er bestaat ook een kleine kans op een beschadiging van de door het middenoor lopende aangezichtszenuw (de nervus facialis). Deze zenuw zorgt voor de gelaatsexpressie van het aangezicht (mimiek). Het gevolg kan een halfzijdige aangezichtsverlamming zijn. Smaakzenuw
Door het middenoor loopt een kleine zenuw (chorda tympani) die de smaak verzorgt van het voorste deel van één zijkant van de tong. Bij operaties in het middenoor kan deze zenuw - gedeeltelijk of geheel - beschadigd woren. Er kan bij een gedeeltelijke beschadiging een tijdelijke (weken) smaakstoornis ontstaan (in ongeveer 5 % van de ooroperaties). Het is zelden nodig de zenuw door te snijden om ontsteking goed te kunnen verwijderen. Wanneer de smaakzenuw in zijn geheel beschadigd is, zal de smaakstoornis vrijwel altijd geleidelijk (tot na 6 maanden) weer overgaan. Slotwoord
Het is niet mogelijk om op deze voorlichtingspagina alle details van ooroperaties te beschrijven. Het kan zijn dat u ondanks de uitleg van uw NKO-arts nog vragen heeft of dat u meer informatie wil. Aarzel dan niet contact op te nemen met uw NKO-arts en om nadere uitleg te vragen. Aan dat verzoek zal graag worden voldaan.
PATIËNTENBROCHURE
Operaties aan amandelen en poliepen (bij kinderen)
OPERATIES AAN DE POLIEPEN/AMANDELEN BIJ KINDEREN Het lichaam bezit een uitgebreid systeem om infecties te bestrijden, het zgn. lymfkliersysteem. De overgang van mond en neus naar de keel bevat, als een soort ring, veel van dit lymfklierweefsel. Het vangt binnendringende ziekteverwekkers zoveel mogelijk op en maakt ze onschadelijk. Op een paar plaatsen is dit lymfklierweefsel verdikt: 1. in de neus-keelholte
Dit is de ruimte achter de neus boven het zachte verhemelte. Het verdikte lymfklierweefsel in het dak van de neus-keelholte noemt men adenoïde vegetaties of poliepen. De poliepen of adenoïde vegetaties zijn vooral bij jonge kinderen aanwezig. Vanaf ongeveer het 8ste levensjaar neemt de grootte af. Aan weerszijden van de poliepen begint de zgn. buis van Eustachius, de verbinding waardoor lucht van de neus-keelholte naar de oren moet gaan. Stippen we nog even aan dat neuspoliepen bij volwassenen iets anders zijn: ze ontstaan tgv. een ziekte in de neusholten zelf en hebben niets te maken met afweer tegen kiemen. 2. in de keel
De zgn. keelamandelen (de tonsillen) zijn te zien als knobbels links en rechts achter in de keel. De huig, het aanhangsel van het zachte verhemelte, hangt midden tussen de keelamandelen. 3. achter op de tong
Dit deel wordt de tongamandel genoemd en gaat aan de zijkant van de tong over in de keelamandelen. De tongamandel geeft slechts zelden klachten en wordt in deze folder verder buiten beschouwing gelaten. De poliepen en amandelen vormen maar een klein gedeelte van het lymfkliersysteem van het lichaam. Eventuele verwijdering heeft daarom geen merkbare gevolgen voor deze afweer. Wat voor klachten kunnen de amandelen geven?
Wanneer de poliepen of amandelen de hoeveelheid binnendringende ziekteverwekkers niet meer aan kunnen, raken ze zelf ontstoken. Hierbij treedt in het algemeen een forse zwelling van de betrokken amandelen op. Is dit het geval bij de poliepen, dan kan dit leiden tot een voortdurende of telkens optredende verkoudheid met een vieze neus. Andere klachten kunnen zijn: slecht slapen, snurken, veel door de mond ademen of herhaalde oorontstekingen. Wanneer het speciaal de keelamandelen betreft, dan bestaan de klachten in het algemeen uit herhaalde perioden van keelpijn met slikklachten en temperatuurverhoging. De keelamandelen kunnen ook voortdurend in een meer ontstoken toestand verkeren. In zo'n geval treden klachten van moeheid, hangerigheid, afgenomen eetlust en slechte adem meer op de voorgrond. In de hals zijn dan vaak verdikte lymfeklieren te voelen. Zeer grote keelamandelen kunnen zelfs de ademhaling enigszins belemmeren, hetgeen nachtelijke onrust met onregelmatig snurken tot gevolg kan hebben. Wanneer verwijderen?
De ernst van de klachten bepaalt of het nodig is de poliepen en/of amandelen te verwijderen. Hierbij is de mate van ziek-zijn van belang, maar ook de vraag hoe vaak dit optreedt. Wanneer het onvoldoende lukt om de klachten met medicijnen te bestrijden, dan kan het verstandig zijn om de poliepen en/of amandelen weg te laten halen. De leeftijd van het kind speelt eveneens een rol, hoe jonger het kind hoe terughoudender. Een absolute leeftijdsgrens is er echter niet, de ernst van de klachten is en blijft de belangrijkste factor. Volledige verwijdering van de poliepen is niet mogelijk. Het gaat hier om het wegnemen van het middelste, meest verdikte gedeelte. De poliepen kunnen vanuit de randen aangroeien en soms na verloop van tijd weer klachten geven. De keelamandelen kunnen in principe wél volledig worden weggehaald, soms groeit er echter vanaf de tongamandel nog een restje uit. Kinderen mogen in het algemeen nog dezelfde dag naar huis. Is er kans op complicaties?
Bij iedere operatie, ook bij het verwijderen van poliepen of amandelen, is er sprake van enig risico. In dit geval wordt het risico voornamelijk gevormd door de mogelijkheid van nabloeding. Dit verklaart waarom een normale bloedstolling bij deze ingreep zo belangrijk is. Er mogen dus van te voren en ook de eerste dagen na de operatie géén medicijnen worden ingenomen, die de stolling nadelig beïnvloeden. Pijnstillers die acetylsalicylzuur bevatten (Aspirine, Aspegic, enz.) zijn te mijden. Bij kinderen kan, vooral indien de poliepen en/of keelamandelen erg groot waren, na de operatie zgn. open neusspraak bestaan. Soms is de stem wat hoger geworden. In nagenoeg alle gevallen is deze veranderde stem tijdelijk, zelden is gedurende korte tijd logopedische hulp nodig. Wat kunt u verwachten na de operatie?
Direct na ingreep:
Na de operatie heeft uw kind, vooral wanneer de keelamandelen zijn verwijderd, pijn in de keel. Vaak heeft het nog wat oud bloed in de neus en in de mond. Veel drinken is belangrijk, meestal is hiervoor wat extra aansporing nodig. Weer thuis:
De eerste paar dagen na de operatie zal uw kind zich nog wel wat ziek voelen. Vooral na een keel-amandeloperatie kan eten en praten pijnlijk zijn. Deze pijn, die vaak uitstraalt naar de oren en dan verkeerdelijk voor oorpijn wordt aangezien, reageert meestal goed op Paracetamol (bij voorkeur als zetpil geven, Perdolan mono, Dafalgan, Curpol, Efferalgan, ...). Wanneer uw kind praat, klinkt dat in het begin of het een volle mond heeft. Al deze klachten gaan geleidelijk over. Op de plaats van de verwijderde amandelen ontstaat een grijswit beslag; dat is normaal en geen teken van ontsteking. Het geeft soms een vieze smaak in de mond en uw kind kan daardoor ook enkele dagen een beetje weeïg uit de mond ruiken. Dit beslag verdwijnt na ongeveer een week. Soms gaat dat gepaard met een lichte bloeding. Geef uw kind de eerste dagen zacht voedsel, koud of lauw. De eerste dagen na de operatie regelmatig laten drinken, dat houdt de keel schoon. Drie maal een klein slokje is beter dan éénmaal een grote. Ook waterijsjes zijn prima. Vermijd zure en koolzuurhoudende dranken. Geef de eerste dagen geen citrusvruchten of bananen. Houd het kind een paar dagen binnen. In het algemeen is uw kind na een week weer voldoende opgeknapt om buiten te spelen en eventueel naar school te gaan. Zwemmen mag pas 3 weken na de operatie. Wanneer enkel de poliepen verwijderd werden, volstaat het een tweetal dagen binnen te blijven en dient uw kind zich wat rustig te houden.
Tot slot nog enkele raadgevingen:- indien de temperatuur boven de 38,5 ° C oploopt, of indien er andere verwikkelingen zijn, verwittig dan de huisarts of uw NKO-arts
- Het kan gebeuren dat uw kind na de ingreep een nabloeding uit de operatiewonde heeft. Indien uw kind steeds bloed uit de mond verliest of bloed overgeeft, is het best de NKO-arts te verwittigen of naar het ziekenhuis te komen. Slotwoord
Het is niet mogelijk om in een voorlichtingsfolder alle details voor elke situatie te beschrijven. Als u meer inlichtingen wenst, kan u zich steeds tot uw arts wenden.
PATIËNTENBROCHURE
Operatie aan de amandelen bij volwassenen
OPERATIE AAN DE AMANDELEN BIJ VOLWASSENENHet lichaam bezit een uitgebreid systeem om infecties te bestrijden, het zgn. lymfkliersysteem. De overgang van mond en neus naar de keel bevat, als een soort ring, veel van dit lymfklierweefsel. Het vangt binnendringende ziekteverwekkers zoveel mogelijk op en maakt ze onschadelijk.Op een paar plaatsen is dit lymfklierweefsel verdikt: 1. in de neus-keelholteDit is de ruimte achter de neus boven het zachte verhemelte. Het verdikte lymfklierweefsel in het dak van de neus-keelholte noemt men adenoïde vegetaties of poliepen. De poliepen of adenoïde vegetaties zijn vooral bij jonge kinderen aanwezig. Vanaf ongeveer het 8ste levensjaar neemt de grootte af. 2. in de keelDe zgn. keelamandelen (de tonsillen) zijn te zien als knobbels links en rechts achter in de keel. De huig, het aanhangsel van het zachte verhemelte, hangt midden tussen de keelamandelen. 3. achter op de tongDit deel wordt de tongamandel genoemd en gaat aan de zijkant van de tong over in de keelamandelen. De tongamandel geeft slechts zelden klachten. De poliepen en amandelen vormen maar een klein gedeelte van het lymfkliersysteem van het lichaam. Eventuele verwijdering heeft daarom geen merkbare gevolgen voor deze afweer. Wat voor klachten kunnen de amandelen geven?- Wanneer u op volwassen leeftijd nog een neusamandel hebt, dan kunnen er enkele klachten optreden, zoals een verstopte neus, door de neus praten, herhaalde perioden met verkoudheden, open mondademhaling en snurken.
- Bij een acute ontsteking van de keelamandelen bestaan de klachten in het algemeen uit een korte periode van keelpijn met slikklachten, algemeen ziektegevoel en soms koorts. Dergelijke perioden kunnen zich meerdere malen per jaar voordoen.- De amandelen kunnen ook chronisch in meer of minder ontstoken toestand verkeren. In het laatste geval kunnen klachten optreden van moeheid, lusteloosheid, snurken, matige eetlust en slechte adem.
- Als amandelen ontstoken raken zwellen ze op. Hierbij kunnen ook lymfeklieren in de hals zwellen en pijnlijk zijn.
- Bij uitzondering breidt de ontsteking van de keelamandel zich uit tot in het omliggende weefsel waarin zich dan etter ophoopt (peritonsillair abces). Hierbij kan nauwelijks geslikt worden en is er veel slijmvorming, kan de mond moeilijk geopend worden, zijn de lymfeklieren in de hals gezwollen en is er vaak hoge koorts. Wanneer is het gewenst om de keelamandelen te verwijderen?De beslissing om de amandelen te verwijderen is afhankelijk van de ernst van de klachten. Ook de frequentie van de klachten - hoe vaak treden ze op - speelt hierbij een rol.Wanneer het onvoldoende lukt om de klachten met medicijnen (pijnstillers en/of antibiotica) te bestrijden of als er te vaak medicijnen moeten worden gebruikt, kan het verstandig zijn om de amandelen weg te nemen. Soms zal hierbij de neusamandel, indien nog aanwezig, ook verwijderd worden. De operatie heeft plaats onder algemene narcose. De voorziene hospitalisatieduur bedraagt 1 tot 3 dagen. Is er kans op complicaties?Bij iedere operatie, ook het verwijderen van de amandelen, is er sprake van enig risico. In dit geval is het voornaamste risico een nabloeding. Een normale bloedstolling na de operatie is van groot belang, daarom mag u voorafgaand aan deze ingreep geen bloedverdunnende middelen gebruiken. Het gaat hierbij met name om pijnstillers die acetylsalicylzuur bevatten (Aspirine, Dispril, Aspegic, Aspro enz.). Wanneer u anti-stolling gebruikt, moet u dit absoluut vooraf melden. Eveneens moet u vermelden als er in uw familie aangeboren bloedstollingsstoornissen voorkomen. Wat kunt u verwachten na de operatie?Direct na de ingreep heeft u pijn in de keel en moeite met slikken. De pijn kan uitstralen naar de oren. Veel drinken van koud water is belangrijk en kan de pijn verlichten. Daarnaast moet u schrapen van de keel zien te voorkomen.Meestal komt er na de operatie wat vers bloed uit de keel. Ook kan donker bloed worden gebraakt; dit is oud bloed dat tijdens de operatie in de maag terecht is gekomen. Weer thuis:Pijn kan gewoonlijk goed worden bestreden met Paracetamol (bijv. Dafalgan, Perdolan mono) of andere analgetica (Cataflam, Brufen). Op de plaats waar de amandelen zaten vormt zich een grijswitte korst, die meestal na zeven tot acht dagen loslaat en spontaan verdwijnt. De uitademinglucht kan hierdoor wat weeïg ruiken. Bovendien kunt u een wat metaalachtige smaak hebben. Ook dit verschijnsel verdwijnt vanzelf. Wij raden u aan de eerste dagen zachte en koele voeding te gebruiken. Houd u zich verder één tot twee weken rustig. De werkonbekwaamheid bedraagt 10 à 14 dagen. Mocht u onverhoopt een forse nabloeding krijgen, zoek dan direct contact met uw huisarts, uw NKO-arts of de dienst Spoedgevallen. SlotwoordHet is niet mogelijk om in een voorlichtingsfolder alle details voor elke situatie te beschrijven. Als u meer inlichtingen wenst, kan u zich steeds tot uw arts wenden.
INFORMATIE BIJSCHILDKLIEROPERATIEWat zijn bijschildklieren? De bijschildklieren of parathyroiden zijn een viertal kleine kliertjes die zich aan de achterzijde van de schildklier bevinden. Meestal zijn er twee aan de linkerkant en twee aan de rechterkant, op nogal wisselende plekken. Ze produceren het bijschildklierhormoon dat het calciumgehalte in het bloed regelt. Waarom opereren?Een operatie waarbij één of meerdere bijschildklieren worden weggenomen is noodzakelijk als deze te veel bijschildklierhormoon produceren. Hierdoor stijgtnamelijk de hoeveelheid calcium in het bloed. Dit kan verschillende gevolgen hebben zoals botontkalking en het ontstaan van nierstenen. Meestal gaat het om een goedaardige vergroting (adenoom) van een bijschildklier, waardoor deze te snel werkt. De operatieDe operatie wordt verricht onder algehele narcose. U ligt met het hoofd zover mogelijk achterover. Er wordt een horizontale snede laag in de hals gemaakt, waarna de schildklier over het algemeen gemakkelijk kan worden bereikt en omgeklapt. De aangedane bijschildklier(en) worden dan opgezocht en verwijderd. Van belang daarbij is om de stembandzenuwen, die eveneens aan de achterzijde van de schildklier lopen, te sparen. Soms wordt er een drain in het operatiegebied achtergelaten om bloed, dat zich daar nog verzamelt, af te kunnen voeren. Na de operatieDe pijn na de operatie valt over het algemeen mee en is te vergelijken met een lichte keelontsteking. De pijn verdwijnt na een paar dagen. De wonde geneest snel en meestal met een mooi litteken, dat vaak na verloop van tijd amper meer is te zien. De huisarts of uw NKO arts zal de wonde een zestal dagen na ontslag controleren en de hechtingen verwijderen. Tijdens de opname in het ziekenhuis wordt het calciumgehalte in het bloed gecontroleerd. Mogelijke complicatiesGeen enkele ingreep is vrij van de kans op complicaties. Zo zijn er ook bij deze operatie de normale risico's op complicaties van een operatie, zoals trombose, longontsteking, nabloeding, wondinfectie. Letsel van de stembandzenuw is zeldzaam (<1 %) en blijkt veelal van voorbijgaande aard te zijn. Wanneer een stemband daardoor minder functioneert, kunt u met behulp van een logopedist(e) weer goed leren praten. Hard spreken of roepen is dan echter niet meer mogelijk. In sommige gevallen wordt er te weinig bijschildklierweefsel weggehaald. Om de kans hierop te verkleinen wordt het bijschildklierhormoon tijdens de operatie gemonitord. Vaak worden vergrote bijschildklieren ook voor de operatie metbehulp van medische beeldvorming gelokaliseerd, waardoor men ze meer gericht kan opzoeken. Indien het bijschildklierhormoon achteraf toch verhoogd blijft, kan een nieuwe ingreep soms noodzakelijk zijn. Een tekort aan bijschildklierhormoon komt slechts zelden voor en is meestal tijdelijk. Hierbij kunnen tintelingen in de vingers of rond de mond voorkomen, en in ergere gevallen spierkramp. Met calciumtabletten en eventueel vitamine D-preparaten kan dit goed worden behandeld. Over het algemeen is een bijschildklieroperatie dus een veilige ingreep met weinig complicaties en een vlot herstel. Tot slotHet voorgaande is een globaal overzicht. De situatie kan bij iedere patiënt toch verschillend zijn. Indien u na het lezen van deze info nog vragen hebt, kan u steeds terecht bij uw behandelende arts.
PATIËNTENBROCHURE
Operatie aan de stembanden (microlaryngoscopie)OPERATIE AAN DE STEMBANDEN (MICROLARYNGOSCOPIE)AlgemeenHet begin van de luchtpijp wordt gevormd door het strottenhoofd. Hier kruisen als het ware de luchtweg en de voedselweg elkaar. Het strottenhoofd is opgebouwd uit kraakbeenderen, spieren en slijmvlies. Zo zijn het strottenklepje, de valse stembanden en de ware stembanden te onderscheiden. De stembanden hebben twee belangrijke functies:
1. het maken van stemgeluid;
2. het voorkomen van verslikken. Heesheid kan veroorzaakt worden wanneer zich een zwelling bevindt op een of beide stembanden. Hierdoor kunnen de stembanden niet volledig sluiten en/of niet goed trillen; beide voorwaarden zijn noodzakelijk voor een goede stemgeving. DoelDe stembanden onder de microscoop onderzoeken, zo nodig biopsies nemen en mogelijke zwellingen op één of beide stembanden verwijderen om de kwaliteit van de stembanden te verbeteren. De ingreepDe ingreep wordt onder algemene verdoving (narcose) verricht en duurt ongeveer een half uur à drie kwartier. Een rechte buis wordt via uw mond ingebracht tot net boven de stembanden. Dan worden door de operatiemicroscoop de stembanden geïnspecteerd en met zeer fijne instrumenten wordt een eventuele zwelling van de stembanden afgehaald. Als het noodzakelijk wordt geacht, wordt het verwijderde materiaal naar de patholoog verstuurd voor onderzoek. Na de ingreepAfhankelijk van de uitgebreidheid van de ingreep mag u wel of niet spreken. U krijgt dit tijdig te horen. Doorgaans is er na de ingreep weinig pijn. Er kan wel een 'rauw' gevoel in de keel bestaan en de tong kan eventueel wat vreemd aanvoelen. Dit is het gevolg van de rechte buis die in de mond is ingebracht tijdens de operatie. Benauwdheid treedt in de regel niet op. Naar huisDe ingreep vindt plaats als 'dagopname', d.w.z. als alles ongecompliceerd is verlopen, mag u in de loop van de dag naar huis. U krijgt een afspraak mee voor het controlebezoek op de raadpleging. Als door de patholoog onderzoek is gedaan naar het verwijderde materiaal, krijgt u dan ook de uitslag daarvan te horen. U mag gewoon eten.Het is verstandig niet te roken, omdat dit de wondgenezing van de slijmvliezen nadelig beïnvloedt. ComplicatiesElke ingreep heeft een kans op complicaties. De complicaties van een microlaryngosopie, zoals nabloeding en benauwdheid, zijn uiterst zeldzaam. Als in het gebit kronen of bruggen aanwezig zijn, is het belangrijk dat u dat aan de opererende NKO-arts meldt. Hij kan daar dan rekening mee houden, zodat bij het inbrengen van de buis de kans op beschadiging van deze gebitselementen zo klein mogelijk is. Tot slotUiteraard is de medische situatie van iedere patiënt verschillend. Het kan zijn dat om bepaalde redenen afgeweken wordt van het hiervoor beschrevene. Indien u ondanks deze informatie nog vragen heeft, aarzel niet om uw NKO-arts te contacteren om nadere uitleg te vragen.
PATIËNTENBROCHURE Operatie van het neustussenschotNEUSTUSSENSCHOTCORRECTIEAlgemeenHet neustussenschot (septum) is de scheidingswand tussen het linker- en rechterdeel van de neus. Als het neustussenschot scheef staat, kan dit de doorgankelijkheid van de neus beïnvloeden en neusverstopping veroorzaken. Scheefstand van het tussenschot kan ontstaan door spontane scheefgroei of een breuk. DoelHet doel van de operatie is het rechtzetten van het tussenschot, waardoor de ademhaling door de neus verbetert. Soms ook zal deze ingreep noodzakelijk zijn om een operatie aan de neusbijholten mogelijk te maken. ZiekenhuisopnameOver het algemeen wordt u na de ingreep één nacht opgenomen in het ziekenhuis. De dag na de operatie kan u na het middageten naar huis. De operatieDe operatie duurt ongeveer 1 uur en wordt meestal onder algemene verdoving (narcose) uitgevoerd. De NKO-arts voert de operatie uit via een inwendige (en daardoor onzichtbare) insnede aan de binnenkant van een neusgat. De arts maakt het slijmvlies los van het (kraak-)been. Hij zet het tussenschot recht en vervolgens sluit hij de huidsnede met oplosbare hechtingen. Aan weerszijden van het tussenschot hecht hij plastic plaatjes in die als spalk dienen. Ter voorkoming van nabloeden laat hij een tampon in beide neusgangen achter. Deze worden de dag na de ingreep verwijderd. Na de operatieDe operatie veroorzaakt meestal weinig pijn. Zo nodig kunt u pijnstillers nemen. Er wordt door uw arts ontzwellende medicatie al dan niet in combinatie met antibiotica voorgeschreven. Om de neus open en schoon te houden moet u regelmatig spoelen met een zoutoplossing. Na de operatie komt u nog enkele keren terug op de raapleging: 1) Vijf dagen na de operatie worden de plastic plaatjes verwijderd. 2) Eén week later komt u voor een controle. 3) Na 4 - 6 weken is volledige genezing bereikt. Dan komt u voor een laatste nazicht. ComplicatiesElke operatie heeft kans op complicaties. Dat geldt ook voor operaties aan het neustussenschot. Gelukkig is de kans op een complicatie in handen van een KNO-arts met ervaring in deze techniek zeer klein (minder dan 1 %). Tot slotUiteraard is de medische situatie voor iedere patiënt verschillend. Het kan daarom zijn dat om bepaalde redenen afgeweken wordt van het hierboven beschrevene. VragenAls u naar aanleiding van het bovenstaande vragen heeft, kunt u deze nader bespreken met uw NKO-arts.
PATIËNTENBROCHURE
Otoplastie (correctie uitstaande oren)
OTOPLASTIEInleidingAfstaande oren komen veel voor. Ze zijn het gevolg van een aangeboren misvorming van het kraakbeenskelet van de oorschelp. De afstaande oorschelpen kunnen chirurgisch worden gecorrigeerd. Otoplastie kan worden uitgevoerd vanaf de leeftijd van ongeveer vijf à zes jaar, bij voorkeur als het kind er zelf om vraagt. BehandelingHet rechtzetten van afstaande oren gebeurt meestal onder algemene verdoving. Uw kind kan na een paar uur al weer naar huis. Bij de operatie wordt een snede aan de achterkant van het oor gemaakt. Het kraakbenige skelet van het oor wordt gehermodelleerd en er wordt een stukje huid dat aan de achterkant van het oor overblijft als het oor dichter tegen het hoofd komt, verwijderd. De oorschelpen worden gefixeerd met inwendige draadjes. NazorgNa een oorcorrectie krijgt uw kind een strak verband om het hoofd dat vijf tot zes dagen aanwezig blijft. Het wassen van het haar en dergelijke zal dus een poosje moeten uitgesteld worden. Als het verband verwijderd is, moet uw kind nog ongeveer twee weken ’s nachts een haarband of zwachtel dragen ter bescherming van de oren. Ook overdag moet u voorzichtig zijn met de oren, bijvoorbeeld als het kind sport. Zwemmen wordt best vermeden gedurende zes weken na de operatie. Het komt vaak voor dat de oorschelpen nog wekenlang wat rood, gezwollen en gevoelig blijven. Geleidelijk aan zal dit verdwijnen. Tegen de pijn kunt u uw kind pijnstillers bijgeven (bijvoorbeeld Paracetamol). Bij extreme pijn en nabloeden neemt u best onmiddellijk contact op met de chirurg of de dienst spoedgevallen. De hechtingen worden na 10 tot 14 dagen verwijderd. Bijkomende informatieHet rechtzetten van afstaande oren heeft dezelfde risico’s als elke andere operatie. De wond kan gaan nabloeden of er kan een infectie optreden, soms met misvorming van de oorschelp als gevolg. Gelukkig komt dit bijna nooit voor. De resultaten van oorcorrecties zijn over het algemeen goed. Kraakbeen is echter een weerbarstig soort weefsel dat soms de neiging heeft om terug te keren in zijn oorspronkelijke vorm. Dat de oren recht zullen blijven staan en geheel symmetrisch zullen blijven, kan daarom nooit voor 100 % worden gegarandeerd. Soms is het noodzakelijk om nog een bijkomende correctie uit te voeren. Zelden ontstaat er reactie op de inwendige fixatiedraden. Soms is het noodzakelijk één of meerdere draden te verwijderen. Tot slotDeze brochure betreft een algemene voorlichting en is bedoeld als extra informatie naast het gesprek met uw behandelende arts. Bijzondere omstandigheden kunnen tot wijzigingen aanleiding geven. Dit zal altijd door uw behandelende arts aan u kenbaar worden gemaakt. Heeft u na het lezen van deze folder nog vragen, dan kunt u contact opnemen met uw arts of de kinderafdeling van het ziekenhuis.
PATIËNTENBROCHURE
Otosclerose (progressief gehoorverlies)OTOSCLEROSE Wat is otosclerose? Otosclerose is een progressieve ziekte die iemand langzaam slechthorend maakt. Het gehoorverlies kan zich bij otosclerose in één of beide oren voordoen. De gevolgen voor de dagelijkse communicatie kunnen groot zijn. De oorzaak is overmatige botwoekering of botgroei op en rondom de stijgbeugel in het middenoor. Het vervelende gevolg van deze aandoening is dat de beweeglijkheid van de stijgbeugel in het middenoor langzaam afneemt. De stijgbeugel kan daardoor minder geluid voortgeleiden (dit heet geleidingsgehoorverlies) en dat zorgt ervoor dat het gehoor minder wordt. Hoe otosclerose begint en waarom bepaalde mensen het krijgen weten we niet en voorkomen is dan ook onmogelijk. Vaak is behandeling mogelijk, zodat het gehoor verbetert. Er bestaat echter geen medicijn dat otosclerose kan voorkomen of een vroegtijdige halt kan toeroepen. Vormen van otosclerose
Er zijn drie vormen van otosclerose: 1. Van de stijgbeugel
Beginnende otosclerose is te herkennen aan een wittig brokje op de stijgbeugel. Als de otosclerose jarenlang ongestoord zijn gang zou gaan, zou de stijgbeugel zelfs helemaal overwoekerd worden door bot. Een andere naam voor otosclerose is “otospongiose”. Die term verwijst naar de slechter wordende kwaliteit van het bot. Het sclerotisch proces, ofwel het hard worden van het bot, treedt pas later op. 2. Van het slakkenhuis
In uitzonderlijke gevallen tast de otosclerose niet de stijgbeugel aan, maar het slakkenhuis. Dan is er geen sprake van een geleidingsgehoorverlies, maar van een zenuwgehoorverlies. We spreken dan van een cochleaire otosclerose. In dat geval zijn er twee mogelijkheden: iemand krijgt een hoortoestel of er wordt een cochleair implantaat geplaatst. 3. Van slakkenhuis en stijgbeugel
Er komt ook otosclerose voor waarbij stijgbeugel en slakkenhuis zijn aangedaan. Er is dan sprake van een geleidingsgehoorverlies, maar ook van een zenuwgehoorverlies.
Behandelingsmogelijkheden 1. Afwachten
Een mogelijkheid is om af te wachten. Het gehoorverlies kan nog te beperkt zijn. 2. Hoortoestel
Voor mensen die niet geopereerd willen worden, is een hoortoestel een mogelijkheid. Soms wordt bij het te opereren oor eerst een hoortoestel geprobeerd. Veel otosclerose-patiënten zijn echter niet zo tevreden over een hoortoestel. Ze vinden het geluid onnatuurlijk of hebben cosmetische bezwaren. 3. Operatie
Als afwachten en een hoortoestel geen oplossing (meer) bieden, kan een operatie bij “stijgbeugel-otosclerose” worden overwogen. Bij deze operatie wordt de stijgbeugel geheel of gedeeltelijk vervangen, zodat de geluidstrillingen weer beter door de gehoorbeenketen worden doorgegeven aan het slakkenhuis en de patiënt weer beter gaat horen. Bij otosclerose van stijgbeugel en slakkenhuis kan het betekenen dat een hoortoestel nog steeds nodig blijft. Een operatie heeft geen zin als er otosclerose bestaat van alleen het slakkenhuis. De operatie wordt uitgevoerd onder algemene verdoving. Een hospitalisatie van 1 tot 3 nachten is nodig. De ingreep:
Bij otosclerose zijn dan twee methoden van aanpak mogelijk: de stapedotomie en de stapedectomie.
1. Stapedotomie: het gedeeltelijk vervangen van een vastzittende stijgbeugel. De twee pootjes en het kopje van de stijgbeugel worden door de NKO-arts met een laser, boor of kleine naald verwijderd. De voetplaat (de onderkant van de stijgbeugel) blijft intact. In deze voetplaat wordt een klein gaatje (0,6 - 0,7 mm) gemaakt, wat aanzienlijk kleiner is dan de voetplaat zelf. Hierin past de prothese precies. De ruimte rondom de prothese hoeft daarom vaak niet opgevuld te worden. Soms wordt als opvulling gebruik gemaakt van oplosbare spons of lichaamseigen weefsel (een bolletje vet uit de oorlel of een stukje spierbekleding). 2. Stapedectomie: het geheel vervangen van een vastzittende stijgbeugel. Bij de stapedectomie wordt de gehele voetplaat met stijgbeugel verwijderd waardoor het totale ovale venster open wordt gemaakt. Het ovale venster moet na het plaatsen van de prothese afgesloten worden. Dit kan met vet of spiervlies of een stukje bloedvatwand. Prothese
De prothese (de vervanging van de stijgbeugel) is eenkunststofzuigertje; ook wel piston genoemd. De bovenkant van de prothese wordt vastgemaakt aan het lange been van het aambeeld.
De diameter van deze prothese kan variëren van 0.3 - 0.6 mm. Deze prothese kan na plaatsing als een zuigertje vrij op en neer bewegen en zo de geluidstrillingen weer overbrengen naar het slakkenhuis. Na de operatie
Als de operatie achter de rug is, zijn er in principe geen belemmeringen meer voor de patiënt. Voorzichtigheidshalve wordt meestal een genezingsperiode van zes weken in acht genomen (nog niet tillen en sporten bijvoorbeeld), maar daarna heeft een geopereerde patiënt alle bewegingsvrijheid, zelfs voor diepzeeduiken en bungeejumpen. Bijwerkingen van een operatie
Bijna 95 % van de patiënten die een operatie voor otosclerose ondergaan, zijn zeer tevreden. Er kunnen wel nadelige effecten optreden in de eerste fase na de operatie. Deze zijn vrijwel altijd van voorbijgaande aard. Duizeligheid
De eerste dagen na de operatie is enige onzekerheid bij het lopen normaal. Duizeligheid na plotseling bewegen van het hoofd kan nog enkele weken blijven bestaan. In uitzonderlijke gevallen houdt de duizeligheid langer aan. Smaak
De eerste weken na de operatie zijn smaakstoornissen niet ongebruikelijk (de smaakzenuw loopt deels door het middenoor). Bij 16 % van de patiënten houdt deze klacht langer. Maar na een jaar zijn ook zij klachtenvrij. Gehoorverlies
Bij ongeveer drie procent van de patiënten neemt het gehoorverlies toe door een complicatie in het genezingsproces. In één procent van de gevallen is dit gehoorverlies zo groot dat een hoortoestel niet meer voldoet. Oorsuizen
Als het gehoor minder is geworden na de operatie kan het oorsuizen, als dit al aanwezig was, toenemen. In enkele gevallen ontstaat oorsuizen na de operatie. Maar soms neemt het juist af. Trommelvliesperforatie
Bij minder dan één procent ontstaat een gaatje in het trommelvlies. Slotwoord
Het is niet mogelijk om op deze voorlichtingspagina alle details over otosclerose te beschrijven. Als u nog vragen heeft of meer informatie wilt, aarzel dan niet om contact op te nemen met uw NKO-arts. Aan dat verzoek zal graag worden voldaan.
PATIËNTENBROCHURE
Schildklieroperatie
INFORMATIE SCHILDKLIEROPERATIEWat is de schildklier?
De schildklier is een vlindervormig orgaan dat in de hals op de luchtpijp is gelegen. De schildklier produceert hormonen die belangrijk zijn voor de regulatie van de stofwisseling. In de directe omgeving van de schildklier liggen allereerst de nervus laryngeus recurrens ("de stembandzenuw"), zowel links als rechts. Tevens liggen direct tegen de schildklier aan, aan de achterzijde, een viertal bijschildkliertjes. Twee aan de linkerkant en twee aan de rechterkant op nogal wisselende plekken. De beide stembandzenuwen zorgen ervoor dat onze stembanden kunnen bewegen. De bijschildklieren zijn van belang voor de calciumhuishouding. Waarom opereren?
Het kan om verschillende redenen nodig zijn dat u aan uw schildklier wordt geopereerd. Kort samengevat volgen ze hier: - De schildklier werkt te hard. Als dat niet medicaal te behandelen is kan een operatie noodzakelijk zijn.
- Er zit een knobbel in de schildklier. Die knobbel kan de oorzaak zijn van het te hard werken. Soms dient de knobbel verwijderd te worden om kwaadaardigheid d.m.v. microscopisch onderzoek uit te sluiten.
- De schildklier kan vele knobbels bevatten en zo groot zijn geworden dat u last hebt met ademhalen en slikken. De knobbels vormen mogelijk ook een cosmetisch bezwaar. Bij de ingreep kan de schildklier, afhankelijk van de pathologie, geheel, bijna geheel of gedeeltelijk verwijderd worden (= totale, subtotale thyroïdectomie of hemithyroïdectomie). De operatie
De operatie wordt verricht onder algehele narcose en duurt ongeveer anderhalf à twee uur. U ligt met het hoofd zover mogelijk achterover. Er wordt een horizontale snede laag in de hals gemaakt, waarna de schildklier over het algemeen gemakkelijk kan worden bereikt en geheel of gedeeltelijk wordt verwijderd. Van belang daarbij is natuurlijk om de stembandzenuwen en de bijschildklieren te sparen. Afhankelijk van het soort operatie worden er één of twee drains in het operatiegebied achtergelaten om bloed, dat zich daar nog verzamelt, af te kunnen voeren. Na de operatie
De pijn na de operatie valt over het algemeen mee en is te vergelijken met een keelontsteking. De pijn verdwijnt na een paar dagen. De wonde geneest snel en meestal met een mooi litteken, dat vaak na verloop van tijd amper meer is te zien. De huisarts zal de wonde na ontslag controleren. Tevens krijgt u een afspraak voor controle bij de chirurg een tweetal weken na ingreep. Mogelijke complicaties
Geen enkele ingreep is vrij van de kans op complicaties. Zo zijn er ook bij deze operatie de normale risico's op complicaties van een operatie, zoals trombose, longontsteking, nabloeding, wondinfectie. De complicaties in het operatiegebied en de kans daarop, hangen samen met het soort operatie. Hoe ingewikkelder de operatie des te meer kans op beschadiging van de structuren die vlak bij de schildklier liggen. Letsel van de stembandzenuw is zeldzaam (1 %) en blijkt veelal van voorbijgaande aard te zijn. Wanneer een stemband daardoor minder functioneert, kunt u met behulp van een logopedist(e) heel goed weer leren praten. Hard spreken of roepen is dan echter niet meer mogelijk. Ook als de stembandzenuw niet wordt beschadigd kunnen er lichte stem- veranderingen optreden. Bloedingen komen bij ongeveer 2 % van de operaties voor. Daarom worden uit voorzorg drains in het operatiegebied achtergelaten. Een tekort aan bijschildklierhormoon komt de eerste weken na de ingreep frekwent voor, gezien de bijschildkliertjes in het operatiegebied liggen en hun doorbloeding meestal slechts tijdelijk kan gestoord zijn. Met calciumtabletten en eventueel vitamine D-preparaten kan dit goed worden behandeld. Over het algemeen is thyroïdectomie dus een veilige operatie met weinig complicaties en een vlot herstel. Meestal moet u na de ingreep schildklierhormoon nemen. De schildklierfunctie dient 6 weken na de ingreep en dan halfjaarlijks of jaarlijks bij uw huisarts of bij de internist gecontroleerd te worden. Het voorgaande is een globaal overzicht. De situatie kan bij iedere patiënt toch verschillend zijn. Indien u na het lezen van deze info nog vragen hebt, kan u steeds terecht bij uw behandelende arts.
PATIËNTENBROCHURE
SinusoperatieNEUSBIJHOLTE-OPERATIE (sinuschirurgie – FESS)Wat zijn neusbijholten?Boven en naast de neus bevinden zich holle ruimten in het hoofd, de zogenaamde sinussen of neusbijholten, die in directe verbinding staan met de neusholte. De twee voorhoofdsholten (frontale sinussen), gelegen boven de ogen, en de twee kaakholten (maxillaire sinussen) , die zich achter de wangen bevinden, zijn het meest bekend. Minder bekend, maar zeker zo belangrijk, zijn de holten in het zeefbeen. Deze zogenaamde zeefbeenholten (ethmoidale sinussen) bestaan uit een systeem van vele kleine holten en bevinden zich aan beide kanten tussen de neusholte en de oogkas. De kaakholten en de voorhoofdsholten staan via dit zeefbeen met de neus in verbinding. Als laatste holte kennen we nog de wiggebeenholte (sfenoidale sinus), ver achter boven in de neus. Wanneer is een operatie aan de neusbijholten nodig?Wanneer een ontsteking aan de neusbijholten niet geneest ondanks intensieve therapie met bijvoorbeeld medicijnen of spoelingen, dan spreekt men van een chronische ontsteking. Een chronische onsteking kan gepaard gaan met vorming van neuspoliepen. Het kan een op zichzelf staande ontsteking zijn van één bijholte, maar er kunnen ook meerdere neusbijholten tegelijk ontstoken zijn. Vooral in het geval van een chronische onsteking van de zeefbeenholten kunnen ook de kaakholten en eventueel zelfs de voorhoofdsholten geblokkeerd en ontstoken raken. De belangrijkste reden voor een operatie aan de neusbijholten is een dergelijke chronische onsteking. Een andere reden voor zulke operatie is wanneer er sprake is van recidiverende acute onstekingen van de neusbijholtes : dus wanneer elke ontsteking wel geneest met medicamenteuze therapie, maar wanneer er snel herval van de klachten optreedt. Tot slot kan ook de aanwezigheid van een tumoraal letsel (meestal goedaardig, zelden ook kwaadaardig) een neusbijholteoperatie noodzakelijk maken. Wat is een endoscopische operatie?Om een goed zicht te krijgen op het operatiegebied kan uw NKO-arts gebruik maken van een modern hulpmiddel, een endoscoop. Dit is een klein buisje met een uitgebreid stelsel van lenzen, waardoor nauwkeurig de inhoud van de neus bestudeerd kan worden. Kijkend door de endoscoop die via de neusopening is ingebracht, kan de arts met speciale instrumenten de ontstoken neusbijholten openen. De endoscoop maakt het mogelijk om tijdens de operatie goed te zien waar de ontsteking zit en welke gebieden met rust gelaten kunnen worden. Een endoscopische neusbijholte-operatie (functional endoscopic sinus surgery, afgekort FESS) geschiedt dus via de neusholte. Er ontstaan geen uitwendige littekens. Hoe vindt de verdoving plaats?Uw arts verkiest in de regel een algemene narcose voor deze ingreep. ZiekenhuisopnameOver het algemeen vindt deze operatie in daghospitaal plaats of met één overnachting. Wat kan u na de operatie verwachten?Na de operatie is uw neus zeker nog niet genezen. Eigenlijk begint de genezing dan pas, omdat de onstekingsproducten voor het eerst de neusbijholten kunnen verlaten. Uw NKO-arts zal u uitleggen wat u moet doen om deze reiniging te bevorderen. U mag de eerste paar dagen na de operatie de neus niet snuiten, omdat dan lucht en ontstekingsproducten buiten het zeefbeen geperst kunnen worden. Gedurende de eerste dagen na de operatie is er kans dat er vers bloed of bloederig slijm uit de neus komt. Soms kunnen oude bloedresten de neus verlaten. Dit stopt meestal vanzelf na enige tijd. Het schoonhouden (spoelen) van de neus is zeer belangrijk. U kan van uw arts instructies krijgen over hoe u dit het beste kan doen. Door het spoelen zal de bekleding van de holten sneller genezen. Naast deze spoelingen zal uw arts u ook ontzwellende medicatie voorschrijven. Is er kans op complicaties?Bij iedere operatie, ook een operatie aan de neusbijholten, is er sprake van enig risico. Er kan bijvoorbeeld een infectie optreden of een onverwachte bloeding. Daarnaast bestaat er altijd het risico op letsels aan omgevende structuren : de oogkas en de schedelholte. In zeldzame gevallen kan ook verminderde reukzin optreden. In de praktijk komen complicaties bij een operatie aan de neusbijholten weinig voor. Welk resultaat kan u verwachten?Hierover is niet zonder meer uitspraak te doen, omdat er verschillende redenen bestaan voor het verrichten van een operatie aan de neusbijholten. Zie “ Wanneer is een operatie aan de neusbijholten nodig?”. Uw arts zal zo zorgvuldig mogelijk proberen in te schatten hoe groot in uw geval de kans is op afname van de klachten. Ook het risico op complicaties zal hierbij mee in overweging worden genomen. Het kan voorkomen dat na een operatie aan de neusbijholten de klachten niet afnemen of dat de klachten weer terugkomen. Bij sommige mensen is een bijkomende ingreep nodig. Vooral patiënten met neuspoliepen hebben vaak nood aan herhaalde chirurgie, zij het soms na vele jaren. Tot slotHet is niet mogelijk om op deze voorlichtingspagina alle details over de neusbijholten en chirurgie hieraan te beschrijven. Indien u nog vragen heeft of meer informatie over het onderwerp wilt, aarzel dan niet om contact op te nemen met uw NKO-arts en om nadere uitleg te vragen.
PATIËNTENBROCHUREslaapendoscopie Wat is een slaapendoscopie?Een slaapendoscopie is een onderzoek dat wordt uitgevoerd bij patiënten met snurken en/of slaapapneu. Voor meer uitleg omtrent snurken en slaapapneu, zie ook onze folder “Snurken en obstructief slaapapneusyndroom (OSAS)”. Hoe ontstaan snurken en slaapapneu?Snurkgeluiden ontstaan wanneer er tijdens de slaap eenvernauwing van de luchtweg optreedt, en bij het inademen onderdruk in de keel ontstaat. De zachte weefsels, zoals het verhemelte, de huig, de tong, de wanden van de keelholte worden naar elkaar toegezogen en gaan trillen. Dit trillenveroorzaakt het snurkgeluid. Wanneer de vernauwing van de luchtweg meer uitgesproken is, kan het zijn dat deze structuren zo sterk naar mekaar toegezogen worden, dat er een totale afsluiting van de luchtweg ontstaat. Zo ontstaat een ademstop, ook wel apneu genoemd, die soms tot 30 seconden kan duren. Hoe verloopt een slaapendoscopie?Een slaapendoscopie gebeurt onder een korte narcose en vindt plaats in de operatiezaal via daghospitalisatie. Het onderzoek heeft als doel te achterhalen welke in uw geval de belangrijkste oorzaak is van uw snurken of slaapapneu, en zo de keuze te maken welke behandeling voor u het beste is. Voorafgaand aan het onderzoek, wordt er een infuus in uw arm geplaatst, waarlangs de anesthesist u lichte slaapmedicatie toedient. U voelt zich geleidelijk aan in slaap vallen. Tijdens uw slaap zult u beginnen snurken en eventueel ook apneu vertonen. Op dat moment wordt door uw NKO-arts een flexibele endoscoop via uw neus ingevoerd, waarmee de anatomie van de keelholte tijdens de slaap wordt bekeken. Zo kan worden vastgesteld op welk niveau de luchtweg het meest vernauwt. Na een eerste inspectie wordt ook even uw onderkaak enkele millimeters voorwaarts geplaatst om het effect van een mandibulair repositie apparaat (MRA of “anti-snurk beugel) te kunnen inschatten. Als we bij dit manoeuvre zien dat de luchtweg duidelijk veel breder wordt, geen apneu meer optreedt en het snurken ophoudt, bent u een goede kandidaat bent voor een MRA in de behandeling van uw snurkprobleem of slaapapneusyndroom. Zo niet, weten we dat we op zoek moeten gaan naar een andere behandeling hiervoor. Wat na het onderzoek?Na het onderzoek bent u snel weer wakker en verblijft u nog een tijdje in de ontwaakkamer. Vervolgens wordt u naar uw kamer gebracht. Daar komt de arts 2 à 3 uren na de procedure bij u langs en dan kunt u het ziekenhuis verlaten. U krijgt een afspraak op de raadpleging ter bespreking van het resultaat van de slaapendoscopie, en voor verdere praktische regeling i.v.m. de behandeling van uw snurken en/of slaapapneusyndroom. LET OP : de slaapmedicatie die u wordt toegediend, maakt u onbekwaam om die dag zelf met de wagen te rijden. U dient dus door familie of vrienden te worden opgehaald. Het gebruik van het openbaar vervoer is enkel toegestaan indien u begeleidingheeft. Tot slotIndien u nog meer vragen heeft, aarzel niet om contact op tenemen met uw NKO-arts.
PATIËNTENBROCHURE
Snurken en obstructiefslaapapneusyndroom
Snurken en obstructief slaapapneusyndroom (OSAS)
Veel patiënten consulteren de NKO-arts voor snurken en/of slaapapneu.
Wat is snurken?
Snurkgeluiden ontstaan door een vernauwing in de luchtweg in het traject tussen de ingang van de neus (neusgaten) en de stembanden. Bij mensen die snurken is soms de neusholte te nauw, maar meestal betreft het een vernauwing achter de huig (dat is de overgang van de neus- naar de keelholte) of het gebied in de keelholte áchter de tong. 1. de neusholte,
2. de mondholte,
3. de tong,
4. het harde gehemelte,
5. zachte gehemelte met in het midden daarvan de huig,
6. de keelholte,
7. met daaronder de stembanden (dit zijn twee witte slijmvliesplooien net onder het cijfer,
8. de luchtpijp, die vóór de slokdarm (9) ligt en
10. de adamsappel
Door deze vernauwing ontstaat er bij het inademen een onderdruk in de keel waardoor het zachte verhemelte met de huig, de tong en de wanden van de keelholte naar elkaar toe gezogen worden en gaan trillen; dit veroorzaakt het snurkgeluid.
Wat is slaapapneusyndroom?
Bij een deel van de snurkende mensen is de keelholte zo nauw dat de tong en/of het zachte verhemelte met de huig en/of de keelwand af en toe helemaal tegen elkaar aan gezogen worden waardoor een totale afsluiting van de luchtweg ontstaat: er is een ademstilstand (apneu) die wel dertig seconden of langer kan duren. Men spreekt van obstructief slaapapneusyndroom (OSAS) als iemand ’s nachts meer dan 5 keer per uur een ademstilstand heeft én overdag zeer slaperig of zeer vermoeid is én er geen andere reden is voor de ernstige slaperigheid of vermoeidheid overdag. Het is belangrijk op te merken dat door zo’n afsluiting géén gevaar bestaat voor verstikking. De hersenen geven namelijk een alarmsignaal af, waardoor de snurker minder diep gaat slapen of zelfs (soms benauwd) wakker wordt. Door al deze apneus en alarmsignalen uit de hersenen is de kwaliteit van de slaap erg slecht. Het lukt de patiënt eigenlijk niet of nauwelijks om diep genoeg te slapen. De slaapapneupatiënt wordt niet uitgerust wakker en heeft veel last van slaperigheid overdag. Dit kan leiden tot gevaarlijke situaties, niet alleen voor de patiënt zelf, maar ook voor anderen (bv. bij autorijden). Door de alarmsignalen uit de hersenen treden ook wisselingen in de bloeddruk op. Hieronder hebben hart en bloedvaten te lijden en kan hoge bloeddruk ontstaan. Zo is het snurken niet alleen maar lastig voor de partner, maar schaadt het ook de gezondheid van de snurker. De levensverwachting van iemand met het slaapapneusyndroom is dan ook korter.
Het onderscheid tussen uitsluitend sociaal storend snurken en snurken in combinatie met slaapapneusyndroom is zeer belangrijk. Om vast te stellen of er bij een snurker inderdaad sprake is van een slaapapneusyndroom moeten nachtelijke metingen tijdens de slaap worden verricht (polysomnografie). Dit vereist een opname van een nacht in het slaaplabo van ons ziekenhuis, dat wordt gecoördineerd door de collega’s van longziekten en neurologie.
Oorzaken van snurken en slaapapneu
Snurken en slaapapneu bij kinderen worden quasi uitsluitend door vergrote neuspoliepen en keelamandelen veroorzaakt. Slaapapneusyndroom bij kinderen kan leiden tot oververmoeidheid of juist agitatie overdag, en kan ook een negatief effect hebben op de groei en de eetlust. Het verwijderen van deze poliepen en/of amandelen verhelpt in de overgrote meerderheid van de gevallen het probleem.
Bij volwassenen is de oorzaak van snurken veelal multifactorieel (bv. een bemoeilijkte neusademhaling in combinatie met overgewicht, slapen op de rug, zwelling van keelslijmvliezen door roken of maagzuur,…) Dit maakt dat behandeling van één van deze zaken zelden het probleem volledig oplost. De NKO-arts zal door het stellen van vragen en het onderzoek van de patiënt proberen uit te maken welke van deze factoren het meest doorwegen, teneinde de gepaste behandelingsstrategie te kunnen bepalen.
Behandeling van snurken en slaapapneu bij volwassenen
Bepaalde leefmaatregelen kunnen in sommige gevallen snurken verminderen : vermijden van alcoholgebruik vanaf twee uur voor slapengaan, geen zware maaltijd gebruiken vlak voor het slapengaan, rookstop, streven naar een goed lichaamsgewicht (BMI 20 tot 25) door gezond te eten en voldoende te bewegen, regelmatig leefpatroon, vermijden van slaap- en kalmerende middelen.
Bij patiënten die vooral snurken of ademstops doen in rugligging kan houdingstherapie worden geprobeerd: vermijden van rugligging, bv. door het dragen van een tailleband met rugkussentjes (bumper belt).
Bij patiënten met een moeilijke neusademhaling door allergie kan deze met medicatie en het vermijden van contact met allergenen worden bestreden.
Indien het snurken met deze conservatieve maatregelen storend aanwezig blijft, is het van belang om bij middel van een slaaponderzoek het onderscheid te maken tussen snurken en snurken in combinatie met slaapapneusyndroom.
Behandeling van een matig of ernstig slaapapneusyndroom : CPAP
Als behandeling voor een matig of een ernstig slaapapneusyndroom wordt veelal nasale CPAP-therapie (continue positieve drukbeademing) aanbevolen. Hierbij wordt een neusmasker gedragen dat met een slang verbonden is aan een apparaat dat voortdurend lucht in neus en keel pompt, zowel tijdens het in- als uitademen. Hierdoor ontstaat een overdruk, zodat de wanden van de keelholte niet kunnen samenvallen. Er treden dan veel minder ademstilstanden op en ook het snurken is meestal verdwenen. De collega’s van de dienst longziekten coördineren deze behandeling.
Behandeling van snurken of snurken gecombineerde met een licht obstructief slaapapneusyndroom: operatief en niet-operatief
Operatieve behandeling van snurken al dan niet met licht obstructief slaapapneusyndroom
- Bij een bemoeilijkte neusademhaling door scheefstand van het neustussenschot of door neuspoliepen, kan een neustussenschotcorrectie of verwijdering van de neuspoliepen (neusbijholte-operatie) worden uitgevoerd.
- In de meeste gevallen echter wordt het snurken veroorzaakt door een te nauwe overgang van de neusholte naar de keelholte; dit is de ruimte achter het zachte gehemelte en de huig. Om hieraan te verhelpen kan men twee strategieën toepassen :
1)Uvulo-palato-pharyngo-plastiekDe meest effectieve manier is het verwijderen van het grootste deel van de huig en het zachte gehemelte (uvulo-palato-pharyngo-plastiek: UPPP). Dit verwijderen kan met een mes of met de laser; voor de patiënt heeft dit hetzelfde resultaat. Als er nog keelamandelen aanwezig zijn, worden deze vaak weggehaald.
Na de operatie is het slikken gedurende 1 à 2 weken erg pijnlijk. Er is dan ook meestal een werkongeschiktheid gedurende deze periode. Het uitspreken van de ‘huig-r’ (“Franse ‘r’”) kan achteraf moeilijk tot onmogelijk worden. In uitzonderlijke gevallen kan het zachte verhemelte te kort worden, zodat de neusholte aan de achterzijde niet meer goed kan worden afgesloten. Bij drinken komt dan vloeistof via de neus naar buiten. Meestal is dit een tijdelijk probleem. De overgang van de neus naar de keel wordt door deze operatie ruimer en het snurken verdwijnt bij ongeveer negen van de tien mensen, maar na een paar jaar komt het snurken bij sommige mensen terug. Dit komt omdat er zich langzaam weer wat vet ophoopt in de huig en het zachte gehemelte.
2) Gecontroleerde littekenvorming
Een minder drastische behandeling is het verstijven van de huig en het zachte verhemelte door middel van gecontroleerde littekenvorming. Dit gebeurt met behulp van een naald die op 3 tot 5 plaatsen in het zachte gehemelte wordt gestoken. Met behulp van trillingen (zogenaamde radiofrequente energie) of door ioniserende effecten (coblatietherapie) worden de naald en het weefsel verhit tot 85 graden Celsius. Er ontstaat dan geen echte brandwonde, maar er treedt een soort smelten op in de diepte van het zachte verhemelte. Hierdoor ontstaat littekenweefsel. Een eigenschap van littekenweefsel is dat het stijver is dan normaal weefsel, zodat het gehemelte minder makkelijk kan gaan trillen en snurken dus minder gemakkelijk op zal optreden.In ons ziekenhuis wordt meestal voor een combinatie van beide technieken gekozen : onder algemene narcose worden eerst de amandelen verwijderd, waarna een stukje van de huig wordt weggesneden, gevolgd door coblatietherapie van het verhemelte.
In meer uitzonderlijke gevallen kunnen andere types van chirurgie wenselijk zijn. Volledige beschrijving hiervan zou ons te ver leiden. Uw arts verstrekt u desgevallend graag meer uitleg hieromtrent.
*Niet-operatieve behandeling van snurken al dan niet met licht obstructief slaapapneusyndroom
Een niet-operatieve behandeling voor snurken is mogelijk door het gebruik van een plaatje van kunststof dat over de tanden wordt geklemd en dat de onderkaak naar voren houdt tijdens de slaap. Deze prothese wordt ook wel MRA genoemd: Mandibulair (= onderkaak) Repositie (= verplaatsing) Apparaat.
Het apparaat zorgt ervoor dat de onderkaak tijdens het slapen in liggende houding niet naar achteren kan zakken. Omdat de tong aan de onderkaak vastzit, blijft ook de tong beter op zijn plaats en zakt minder makkelijk in de keel. De luchtweg achter in de keelholte blijft op deze manier dus ruimer tijdens de slaap, zodat minder gemakkelijk snurken optreedt. Bij zeven van de tien mensen heeft deze kunststofprothese een goed resultaat.
Tot slot
Het is niet mogelijk om op deze voorlichtingspagina alle details van snurken en het slaapapneusyndroom te beschrijven. Mochten er nog vragen zijn, aarzel dan niet om uw NKO-arts nadere uitleg te vragen.
PATIËNTENBROCHURE
Speekselklier
Wat zijn speekselklieren?
Speeksel speelt een belangrijke rol bij de spijsvertering, bevochtiging van het mondslijmvlies en bescherming tegen tandbederf. De totale productie bij de mens bedraagt ongeveer 600 ml per dag, welke gebeurt door zeer vele kleine speekselklierkliertjes in het slijmvlies van de mond-keelholte en zes grote, gepaard voorkomende, speekselklieren buiten de mondholte:
1/ de oorspeekselklier (parotis): ligt voor en onder het oor. We onderscheiden een oppervlakkig en een diep deel. Tussen deze delen loopt de aangezichtszenuw (nervus facialis), welke zorgt voor de beweging van de aangezichtsspieren (mimiek) en het sluiten van de ogen.
2/ de onderkaakspeekselklier (glandula submandibularis): ligt onder de onderkaakrand
3/ de ondertongspeekselklier (glandula sublingualis): ligt in de mondbodem, onder de tongVia een smalle afvoergang komt het speeksel van deze klieren in de mondholte terecht. Aandoeningen van de speekselklierenWe onderscheiden vier categorieën van speekselklieraandoeningen.
1/ speekselklierontsteking (sialoadenitis)Speekselklierontstekingen kunnen worden veroorzaakt door bacteriën en virussen, zoals bof. Ook wanneer u te weinig drinkt of in een zwakke algemene toestand verkeert, kunnen speekselklierontstekingen ontstaan. Pijn, roodheid, zwelling en soms koorts zijn de belangrijkste symptomen. Soms kan u ook een vieze ettersmaak waarnemen.
2/ speekselstenen (sialolithiasis)Een bijzondere vorm van speekselklierontsteking wordt veroorzaakt door speekselstenen. Deze kunnen de afvoergangen van de speekselklier verstoppen, waardoor er – vaak tijdens de maaltijd of het denken aan eten – een plotse, pijnlijke zwelling van de speekselklier ontstaat. Soms is het hierbij nodig om de steen of de gehele klier chirurgisch te verwijderen.
3/ gezwellen van de speekselklierDeze kunnen goedaardig of kwaadaardig zijn. In ongeveer 80% van de gevallen gaan ze uit van de oorspeekselklier (parotis), waar ze meestal goedaardig zijn. De meeste speekselkliergezwellen doen zich voor als een niet pijnlijke zwelling. Bij een kwaadaardig gezwel van de parotis kan een verlamming van de aangezichtszenuw een eerste symptoom zijn.
4/ vergroting van de speekselklier (sialoadenose)Hierbij nemen de speekselklieren meestal beiderzijds in omvang toe. Het is een weinig voorkomende, goedaardige afwijking die kan voorkomen bij bepaalde algemene ziektebeelden en medicatiegebruik. Behandeling is meestal niet vereist.Elke zwelling van de speekselklier dient onderzocht te worden. Aan de hand van uw klachten en een lichamelijk onderzoek komen we al heel wat informatie te weten. Door niet-invasief onderzoek zoals medische beeldvorming (echografie, CT- of MRI- scan) en soms een punctie van de klier, kan een waarschijnlijkheidsdiagnose worden gesteld.In geval van speekselkliergezwellen zal vaak een deel van of de gehele klier chirurgisch moeten worden weggenomen om tot een definitieve diagnose of behandeling te komen. Operaties van de speekselklieren
1/ onderkaakspeekselklier (glandula submandibularis)De chirurg neemt de volledige klier met de afvoergang weg. Dit gebeurt via een kleine (enkele centimeters) insnede onder de rand van de onderkaak. Meestal wordt een kleine drain (“slangetje”) achtergelaten om overtollig wondvocht en bloed af te voeren. Dit wordt meestal 1 à 2 dagen na de ingreep verwijderd, waarna u het ziekenhuis kan verlaten.
2/ oorspeekselklier (parotis)Meestal wordt een klein deel (partiële parotidectomie) of het oppervlakkige deel (oppervlakkige parotidectomie) van de speekselklier verwijderd. De insnede loopt voor het oor naar beneden, buigt onder de oorlel af naar achter om dan onder de kaakrand nog enkele centimeters naar voren te lopen. Dit geeft een optimaal cosmetisch resultaat.De ingreep wordt bemoeilijkt doordat de aangezichtszenuw met zijn vertakkingen door de klier loopt. Een kleine drain zal eveneens 1 à 2 dagen ter plaatse blijven.
3/ ondertongspeekselklier (glandula sublingualis)Een kikvorsgezwel of ranula kan worden waargenomen als een blauw doorschemerende zwelling onder de tong. Deze cyste kan meestal samen met de speekselklier worden weggenomen via de mond. Mogelijke complicatiesElke ingreep kan gepaard gaan met complicaties. Naast een kleine kans op infectie en nabloeding zijn er enkele specifieke complicaties die gepaard gaan met speekselklierchirurgie.
1/ verminderde werking of verlamming van de aangezichtszenuw (nervus facialis)Bij operaties van de oorspeekselklier kunnen door de manipulatie één of meerdere zenuwtakjes worden beschadigd. Hierdoor kunnen bepaalde spieren in het aangezicht meestal gedeeltelijk en tijdelijk minder goed werken. Herstel kan soms tot 6 maanden duren. Bij operaties van de onderkaakspeekselklier kan een kleine zenuwtak die de beweging van de onderlip bij de mondhoek stuurt, worden beschadigd. Hierbij zal de mondhoek, meestal tijdelijk, wat afhangen.
2/ gevoeligheidBij operaties van de oorspeekselklier kan de gevoeligheid van het oorlelletje verminderd zijn. Bij ingrepen van de onderkaak- en ondertongspeekselklier kan de gevoeligheid van de tong tijdelijk minder zijn.
3/ syndroom van FreyBij operaties van de oorspeekselklier kan soms maanden na de operatie een fenomeen ontstaan waarbij roodheid en/of transpiratie ontstaat van de huid ter hoogte van het operatiegebied, bij de maaltijd of het denken aan eten. Dit is een onschuldig, maar soms hinderlijk verschijnsel. Bij ernstige gevallen brengen botoxinjecties goede resultaten.
PATIËNTENBROCHURE
TrommelvliesbuisjesTROMMELVLIESBUISJESWaarom trommelvliesbuisjes
Bij uw kind werkt de buis van Eustachius niet naar behoren. Die loopt van de neuskeelholte (de holte achter in de neus, waar de neus overgaat in de keel) naar het middenoor en zorgt voor de verluchting van het middenoor. Als ze onvoldoende werkt, wordt de luchtdruk in het middenoor te laag. Hierdoor geraakt het trommelvlies ingetrokken en komt er uiteindelijk vocht in het middenoor in plaats van lucht. De trommelvliesbuisjes, naar hun vorm ook diabolo's geheten, zitten doorheen het trommelvlies en zorgen er aldus voor dat lucht rechtstreeks uit de buitenwereld in het middenoor worden gebracht. Het niet goed werken van de buis van Eustachius kan verschillende oorzaken hebben: verstopping en infectie van de neuskeelholte door poliepen (vandaar dat bij uw kind misschien ook de poliepen werden verwijderd), sinusitis en allergie. Maar vaak (in ruim de helft) is er geen andere oorzaak te vinden dan een gebrekkige werking van de spier die de buis van Eustachius moet openen tijdens het slikken. Er zit dan niets anders op dan de rol van de buis van Eustachius tijdelijk te laten overnemen door een trommelvliesbuisje, tot de buis van Eustachius op latere leeftijd beter of normaal werkt. Wat kunnen de gevolgen zijn als wij niets doen?
1. Vocht in het oor veroorzaakt gehoordaling die soms zeer uitgesproken is. Het is bewezen dat langdurige gehoordaling een rem zet op de ontwikkeling van het kind (schoolprestaties, taal- en spraakverwerving, soms ook humeurveranderingen).
2. Als het kind verkouden is - en dit komt vaker voor ten gevolge van vergrote of ontstoken poliepen - zullen de microben zich vanuit de neus en de poliepen doorheen de buis van Eustachius naar het vocht in het middenoor begeven en zich vermenigvuldigen. Zo ontstaat acute oorontsteking met pijn en koorts.
3. Als het vocht lange tijd in het middenoor blijft en/of er langdurig onderdruk is van de lucht in het middenoor, dan kan dit leiden tot een ontaarding van het trommelvlies: het verdunt en wordt ingetrokken. Eens sterk ingetrokken, komt het vast te liggen op de wanden van het middenoor en op de gehoorbeentjes. Dit kan een blijvend gehoorverlies veroorzaken of aanleiding geven tot een ernstige chronische middenoorontsteking (cholesteatoom). Deze complicaties komen niet zo vaak voor, maar ontstaan steeds in een oor met gebrekkige verluchting. Trommelvliesbuisjes kunnen deze verwikkelingen voorkomen. Hoe moet het nu verder met die buisjes?
De trommelvliesbuisjes zijn in kunststof en worden spontaan uitgestoten, gemiddeld na een tijdspanne van een half à anderhalf jaar. Het is belangrijk dat de oortjes regelmatig worden gecontroleerd om het uitstotingsproces te volgen. Als ze er te lang blijven inzitten, kunnen de buisjes worden verwijderd. Terwijl het trommelvlies het buisje spontaan uitstoot, sluit het zich ook spontaan. Zo is het middenoor voor zijn verluchting weer aangewezen op de buis van Eustachius. De trommelvliesbuisjes veranderen niets aan de spontane evolutie in de werking van de buis van Eustachius, noch in goede noch in slechte zin. Gelukkig verbetert de buis van Eustachius spontaan met het ouder worden. "Eens buisjes, altijd buisjes" klopt dus niet: na het uitstoten moet opgevolgd worden of het middenoor goed verlucht wordt, en als dat niet zo is, dan gelden bij het eventueel herplaatsen van buisjes dezelfde normen als bij de eerste keer. Het enige echte probleem dat zich met buisjes kan voordoen, is oorloop. Dit wijst op een infectie. Het is meestal het gevolg van een verkoudheid of soms van water. Dit is geen reden tot ongerustheid, tenzij het na behandeling met antibiotische oordruppels vlug terugkeert en/of blijft aanhouden. In dat geval zien wij het kind graag terug. Vliegtuigreizen zijn geen probleem: uw kind is zelfs beter tegen de drukveranderingen beschermd dan u. Trommelvliesbuisjes worden bij kinderen meestal geplaatst onder korte algemene narcose in dagopname. En ..... het water?
De eerste week na het plaatsen dient water in het oor vermeden te worden. Daarna is water meestal geen probleem, op voorwaarde dat: 1. er geen zeep in het badwater wordt gedaan (het gebruik van shampoo met het hoofd rechtop zal geen probleem stellen)
2. het kind niet verkouden is als het gaat zwemmen
3. er niet al te vaak gezwommen wordt (bijv. geen zwemclub)
4. het zwemmen beperkt wordt tot oppervlakte-zwemmen (niet duiken)
5. het oor niet al te vaak spontaan of na de verkoudheid loopt. Slechts een minderheid van de kinderen heeft last van oorloop na het zwemmen of het haar wassen. In die gevallen kan men voor het zwemmen op maat gemaakte oordopjes dragen, of - wat omslachtiger - bij het haarwassen een wattenpropje nemen, dat vooraf ingevet is met vaseline en door het plooien van de oorschelp in de gehoorgang wordt geduwd. Noodzakelijke controles
Na 1 tot 3 weken dienen de trommelvliesbuisjes door uw NKO-arts gecontroleerd te worden. Alleen de eerste week na het plaatsen van de buisjes wordt water ten strengste afgeraden. Nadien is verdere controle om de 6 à 8 maanden gewenst.
PATIËNTENBROCHURE
Verkleining van de neusschelpen NEUSSCHELPVERKLEINING (conchotomie of conchacaustiek)AlgemeenDe neusschelpen (conchae) bevinden zich in het linker- en rechterdeel van de neus. Ze zijn bekleed met een laag slijmvlies en verwarmen en bevochtigen de ingeademde lucht. Soms echter is de onderste neusschelp zo groot of het slijmvlies zo gezwollen dat de ademhaling door de neus wordt bemoeilijkt, of zelfs onmogelijk is. DoelHet doel van de operatie is het verkleinen van de onderste neusschelp, zodat de ademhaling door de neus verbetert. OpnameOver het algemeen vindt de operatie plaats in daghospitaal of met één overnachting. De dag na de operatie kan u na de middag naar huis. De operatieDe operatie duurt ongeveer 20 minuten en wordt meestal onder algemene verdoving (narcose) uitgevoerd. De NKO-arts verwijdert, in de lengterichting, een strook van één of beide neusschelpen. Ter voorkoming van nabloeden wordt een tampon in beide neusgaten geplaatst. Na de operatieDe operatie veroorzaakt maar weinig pijn. Bij pijnklachten adviseren wij Paracetamol, omdat andere pijnstillers het bloed vaak iets verdunnen waardoor de kans op nabloeding toeneemt. Eén of twee dagen na de operatie worden de neustampons verwijderd. Gedurende de genezing van het slijmvlies (4 à 6 weken) treedt er korstvorming en overvloedige slijmvorming op. ComplicatiesElke operatie geeft kans op complicaties. Na het verkleinen van de neusschelpen bestaat bijvoorbeeld een kleine kans (1 %) op het ontstaan van een ernstige nabloeding. Tot slotUiteraard is de medische situatie voor elke patiënt verschillend. Het kan daarom zijn dat om bepaalde redenen wordt afgeweken van het hierboven beschrevene. VragenAls u naar aanleiding van het bovenstaande nog vragen heeft, aarzelt u dan niet de NKO-arts om nadere uitleg te vragen.
